Initiatief
Het Actieplan Jeugdwerkloosheid is een initiatief van vier ministeries. De uitvoering wordt gedaan door verschillende gemeentes, UWV, het onderwijs, VNG, kenniscentra voor beroepsonderwijs en het bedrijfsleven en sociale partners. Het kabinet heeft verspreid over drie jaar 250 miljoen euro ter beschikking gesteld voor het Actieplan.
Gunstige ontwikkelingen
In de periode van januari tot en met april kregen ruim 38.000 jongeren een stage, leerwerkplek of een gewone baan. In de periode van september tot en met december 2009 was dit aantal nog 30.000. Dit betekent dat er sprake is van een groeipercentage van ongeveer 25 procent. Ook is het aantal stages en leerbanen gegroeid naar 213.000. Hierdoor kregen meer jongeren de mogelijkheden om een stageplek te vinden. Toch is het percentage jeugdwerkloosheid hoger in vergelijking met het totale percentage werkloosheid. In mei van dit jaar was de totale werkloosheid 5,5 procent. De jeugdwerkloosheid ligt op 11 procent.
Grote verschillen
Regionaal zijn er grote verschillen in de resultaten van het Actieplan. Goed presterende regio’s krijgen meer geld tot hun beschikking om met het Actieplan door te gaan. Minder goed presterende regio’s moeten het doen met minder geld. Ook zijn er verschillen in de jongeren die profiteren van deze gunstige ontwikkeling. Jongeren die geen opleiding of startkwalificaties hebben, blijven vaker werkloos.
FNV Jong
''Donner mag zijn aanpak van jeugdwerkloosheid vertrouwenwekkend noemen, maar wij vinden deze eerder boterzacht'', zei Jamila Aanzi, bestuurster van FNV Jong. ''De cijfers zijn keihard. De werkloosheid onder jongeren is toegenomen.'' Volgens de vakbond is het geld zo goed als op en eindigt het Actieplan al in het voorjaar. FNV Jong wil weten hoeveel geld er nog over is van de 250 miljoen euro die beschikbaar was gesteld. Ook zullen werkloze jongeren op de stoep van het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid protesteren door er met boodschappentassen vol afwijzingen voor stages en banen te staan.
De vijf belangrijkste punten uit het Actieplan Jeugdwerkloosheid
1. Jongeren langer op school houden, School Ex-programma
Het kabinet streeft ernaar om 10.000 mbo-leerlingen langer door te laten leren. Jongeren worden hiervoor op school benaderd en worden gevolgd.
2. Convenanten met dertig regio’s
Het kabinet gaat daarom op korte termijn met dertig regio’s convenanten sluiten. Hierin staan concrete maatregelen voor iedere regio om de jeugdwerkloosheid te bestrijden.
3. Matching-offensief
Belangrijk onderdeel van het actieplan is daarom een zogenoemd matching-offensief om de vraag van werkgevers en de kwaliteiten van jongeren beter bij elkaar te brengen.
4. Leerwerkbanen/stages
Sociale partners maken zich er sterk voor dat iedere schoolverlater die langer dan drie maanden thuis zit een stageplaats krijgt. Sociale partners in de sectoren maken daarbij zo mogelijk afspraken dat jongeren na afloop van de stage bij het bedrijf mogen blijven werken.
5. Kansen voor kwetsbare jongeren
Jongeren met problemen moeten ook kunnen profiteren van de ingezette maatregelen. Daarnaast is het kabinet van mening dat er voor deze groep jongeren extra voorzieningen nodig zijn. Onderdeel van deze voorzieningen vormen de Plusvoorzieningen, de 24-uurs opvang voor leerlingen en het verbinden van jeugdzorg, onderwijs en arbeidsmarkt.
Bronnen: Ministerie van SZW en nu.nl
