Volgens de werkgeversorganisatie Midden- en KleinBedrijf (MKB) moet en kan dat bedrag omlaag. Het bedrag komt vooral voor rekening van de werkgevers, maar het kost ook jongeren geld.
Meer dan driekwart van de scholieren en studenten heeft een bijbaan van maximaal vijftien uur per week. Ondanks het kleine aantal werkuren, hebben jongeren dezelfde rechten en plichten als een fulltimer. Voor een jongere met een bijbaantje moeten werkgevers dus ook een groot aantal werknemersrechten betalen. Dat geld is bijvoorbeeld voor de arbo- of pensioenswet.
Kosten omlaag
Uit een onderzoek van MKB blijkt nu dat studenten en scholieren vrijwel nooit van deze rechten gebruikmaken. Door de regelgeving gunstiger te maken, kan 100 miljoen euro per jaar worden bespaard, aldus MKB-voorzitter Loek Hermans.
Volgens Hermans moeten de rechten van de jongeren hetzelfde blijven, maar moeten de kosten wel omlaag. Volgens de voorzitter zijn dan niet alleen de werkgevers, maar ook instanties als het UWV en pensioenfondsen voordeliger uit. Uiteraard houden ook jongeren meer geld over. Daarnaast kan het schrappen van bepaalde regels het aantal jongeren dat zwart werkt terugdringen.
Voorbeeld
Een opmerkelijk voorbeeld van zinloze kosten is de pensioensopbouw. Rond de 300.000 jongeren bouwen via hun bijbaantje pensioen op, meestal zonder dat de scholieren en studenten dit zelf weten.
De opbouw van dit pensioengeld kost de werkgevers jaarlijks bijna 6 miljoen euro. De kosten die de pensioenfondsen voor de jongeren maken zijn 13 miljoen euro per jaar. Dat is samen 19 miljoen euro, terwijl het opgebouwde pensioen voor de jongere maar een paar euro bedraagt.
Bron:
MKB Nederland
