Nog niet eerder was het aandeel jongeren dat om hulp vroeg zo hoog. Het percentage steeg in vier jaar van 7 naar 12 procent. Volgens de NVVK, de vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren, zijn het vooral werkende jongeren die schuldenproblemen hebben.
Vaak gaat het om jongeren die recent op zichzelf zijn gaan wonen en niet gewend zijn om vaste lasten te betalen: 'Ze hebben niet geleerd dat leven geld kost', aldus Joke de Kock, voorzitter van de NVVK. 'Daarbij kunnen ze makkelijk lenen, en is het mogelijk om het betalen van rekeningen lang vooruit te schuiven.'
Schuldenproblematiek komt zowel voor bij laag- als hoogopgeleide jongeren. Bij die laatste groep is het aflossen van de studieschuld vaak een probleem. Dat kan, afhankelijk van de schuld, oplopen tot ruim 300 euro per maand. De Kock: 'Jongeren onderschatten het aflossen van de studieschuld, omdat ze pas na twee jaar hoeven te beginnen met aflossen. Daar gaat het mis, want ze zijn gewend dat geld aan andere dingen te besteden.'
Zowel voor jongeren als de groep die daarboven zit, zijn de tophypotheken een belangrijke factor bij het ontstaan van schulden. Jonge stellen die het huis moeten verkopen omdat ze uit elkaar gaan, blijven plotseling met een restschuld zitten omdat de hypotheek hoger was dan de waarde van het huis. Vanwege hun lage leeftijd hebben ze weinig financiële reserves om dat op te vangen, volgens De Kock.
In totaal meldden zich in 2010 ongeveer 80 duizend huishoudens bij de schuldhulpverlening. Een forse stijging in vergelijking met vorig jaar, toen ruim 50 duizend schuldenaren een aanvraag deden. De groei is echter wel vertekend: de NVVK baseert de cijfers op informatie van hun leden - vaak gemeentes of gemeentelijke kredietbanken.
Het aantal leden van de NVVK nam het afgelopen jaar ook toe met 8, naar 88. Er zijn dus ook meer aanvragen gemeld. Toch zien de leden een grote stijging, aldus de NVVK.
Bron: VkBanen
