Tips en Adviezen


Loonuitkering
 
De uitbetaling van het loon is een netto bedrag dus het (stage)bedrijf zal de loonheffing en premie moeten inhouden. De wijze waarop dit gebeurd is in de wet omschreven. Op het contract staat het bruto bedrag en men krijgt netto betaald, dit is dus een ander bedrag dan in het contract staat. Wat er uiteindelijk over is na de loonheffing, is het netto salaris; dit is het bedrag wat men daadwerkelijk iedere maand op zijn rekening ontvangt. Het nettosalaris ontstaat doordat er allerlei sociale premies en belastingen van het brutoloon worden afgetrokken. De datum van de uitbetaling dient geregeld te zijn in het contract of loopt via de CAO van het bedrijf.
 
Het brutoloon is het bedrag dat in de wet, in de CAO, of met de werkgever is afgesproken (tenminste het minimumloon). Iedereen die in Nederland woont en een inkomen heeft uit werk of uitkering, betaalt mee aan de volksverzekeringen, zoals de AOW (Algemene Ouderdomswet) en aan de belastingen. Deze inhoudingen samen worden loonheffing genoemd. Een werknemer betaalt daarnaast premies voor de werknemersverzekeringen (sociale verzekeringen). Het geld dat de werkgever afdraagt aan de belasting, de sociale verzekeringen, en eventueel de spaarloonregeling, wordt betaald van het brutoloon. Wat overblijft, is het nettoloon. Dat is het bedrag dat men op de giro of bank gestort krijgt.
 
Op het loonstrookje kan men zien wat zijn brutoloon is, wat ervan is betaald en wat men netto overhoudt.
 
Erg handig is de bruto-netto calculator (te vinden op www.belastingdienst.nl). Hiermee krijgt men snel en eenvoudig inzicht in het salaris dat er na aftrek van loonkosten, premies en ziektekosten uiteindelijk op de rekening gestort wordt.
 
Werkgever en werknemer zijn tot op zekere hoogte vrij in het vaststellen van het loon. Wel moet het loon redelijk zijn. Wat redelijk is, hangt af van wat gebruikelijk is in uw bedrijf of bedrijfstak en op de arbeidsmarkt. De uitzonderingen op deze vrije vaststelling staan in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen en in CAO´s.
 
 
Loonstrook
 
De werkgever is verplicht om een schriftelijke opgave van het salaris te geven. Dat gebeurt in de vorm van een loonstrook (ook wel salarisspecificatie of loonstaat genoemd). Dit kan elke maand zijn, maar dat is niet verplicht. Als het loon ten opzichte van de vorige maand niet verandert, dan hoeft de werkgever geen nieuwe loonstrook te geven. Maar zodra er een bedrag op de loonstrook wijzigt, zoals bijvoorbeeld pensioenpremie, loonbelasting en sociale premies, hoort men weer een loonstrook te krijgen.
 
Dit moet minimaal op je loonstrook staan:
 
  • de naam van de werkgever en de werknemer en het sofi-nummer.
  • gegevens van de werkgever.
  • de overeengekomen arbeidsduur.
  • het brutoloon.
  • de bedragen die op het loon zijn ingehouden aan belasting en sociale premies.
  • de termijn waarop de betaling betrekking heeft, (week, maand, vier weken).
  • het minimum(jeugd)loon dat voor de werknemer zijn leeftijd geldt.
  • de tariefgroep voor de belasting.
  • extra vergoedingen, zoals reiskostenvergoeding en andere toeslagen, ook de samenstelling daarvan in bedragen, bijvoorbeeld basisloon en prestatietoeslag.
  • En natuurlijk staat er onderaan het bedrag dat overhoudt: het netto salaris.
 
Meestal krijgt de werknemer zijn salaris op de laatste dag van de maand. De werkgever moet in ieder geval elke maand op ongeveer dezelfde datum uitbetalen, dit mag een aantal dagen afwijken. Afspraken hierover zijn meestal geregeld in de CAO of in het contract. Hoe langer de werkgever met betalen wacht, hoe meer hij aan rente moet betalen.
 
Iedere werknemer tussen de 23 en 65 jaar oud moet tenminste het minimumloon krijgen. Dat staat in de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag. De bedragen van het minimumloon kunnen ieder half jaar ( in januari en juli) worden aangepast aan de gemiddelde ontwikkeling van de CAO-lonen in Nederland.
Let op: ook flex-of thuiswerkers hebben recht op het minimumloon.
 
Voor jongeren tussen de 15 en 23 jaar geldt het minimumjeugdloon. Bij de hoogte van het minimumjeugdloon wordt gekeken hoe oud iemand is. Dat betekent dat een jongere tot z’n 23ste na iedere verjaardag recht heeft op meer loon. Werkgevers hebben daar niet altijd erg in.
De bedragen van het minimumjeugdloon kunnen ieder half jaar ( in januari en juli) worden aangepast aan de gemiddelde loonontwikkeling van de CAO-lonen in Nederland
 
 
Loonbelasting verklaring
 
Bij elk bedrijf moet men een loonbelasting verklaring invullen. Het bedrijf moet die aan de werknemer geven. De loonbelastingverklaring is een formulier waarop men aangeeft of ze loonheffingskorting willen laten verrekenen. Als ze de loonheffingkorting verrekenen, houdt dit in dat ze minder loonheffing hoeven te betalen en dat het nettosalaris dus hoger wordt.
 
 
Belastingteruggave
 
Elk jaar krijgen de werknemers in januari of februari een jaaropgave van het bedrijf waar ze werken of hebben gewerkt. Op deze jaaropgave staat wat er is ingehouden aan loonheffing en wat ze uiteindelijk het afgelopen jaar hebben verdiend. Dit ingehouden bedrag aan loonheffing kunnen ze terugvragen van de Belastingdienst.
 
 
Verzekeringen
 
Iedereen die werkt of een uitkering ontvangt moet zich verplicht verzekeren voor ziektekosten. We hebben nu nog een particuliere- en ziekenfondsverzekering op dit moment maar dat gaat veranderen. Dit is allemaal overgegaan op het ziekenfonds.
 
Als iemand een vergoeding van minimaal het wettelijke minimum uurloon ontvangt en de werkgever alle premies af draagt, dan is deze verzekerd voor:
 
  • de Ziektewet
  • de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO, maar dit wordt 29 december 2005 de WIA, zie ook www.werkennaarvermogen.nl)
  • de Ziekenfondswet (iedereen moet zich verplicht zelfstandig verzekeren bij een ziekenfonds hoewel iedereen binnenkort via het ziekenfonds verzekerd is)
  • de Werkloosheidswet (WW)
 
De Ziektewet zorgt er voor dat (een deel van) het loon wordt doorbetaald als iemand ziek is. Hier betaalt men geen premie voor.
 
De Ziekenfondswet (ZFW) verzekert tegen ziektekosten. Werknemers moeten zich inschrijven bij een zorgverzekeraar. Staat de werknemer al ingeschreven bij het ziekenfonds, zelf of via zijn ouders? Dan moeten ze daar melden dat ze gaan werken. De werknemers zijn verplicht verzekerd via de ZFW, dus ze moeten zich aanmelden bij een ziekenfonds.
 
Meer informatie over sociale verzekeringen kun je vinden op de site van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
 
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevordert een evenwichtige inkomensontwikkeling en inkomensverdeling. Tweemaal per jaar worden de hoogte van het minimumloon en de hoogte van het minimumloon afgeleide uitkeringen aangepast aan de gemiddelde ontwikkeling van de CAO-lonen. De ontwikkeling van de lonen wordt voornamelijk bepaald door de afspraken die sociale partners hierover hebben gemaakt in CAO's. Van de werknemers valt ruim 85% onder een CAO.
 
Als iemand korter dan drie maanden aan het werk gaat, hoef hij zich niet bij het ziekenfonds aan te melden. Werkt iemand langer dan drie maanden dan moet hij zich verplicht bij een ziekenfonds verzekeren en de verzekering bij zijn ouders of de studentenverzekering stopzetten.
 
 
Uitbetaling

De werkgever is verplicht om als tegenprestatie voor het verrichte werk op gezette tijden loon aan de werknemer te betalen. Dit moet een nettobedrag zijn. De werkgever moet dus de loonheffing en premies werknemersverzekeringen inhouden. Loon in natura is in beperkte mate toegestaan. De wijze waarop dit kan is in de wet omschreven.
De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag (WMM) geeft minimumbedragen aan die u de werknemer moet betalen. Werknemers tot 23 jaar ontvangen minstens het minimumjeugdloon, en werknemers vanaf 23 jaar hebben recht op het minimumloon.
 
 
Aanvullende loon en vakantiebijslag
 
Aanspraak op vakantiebijslag heeft iedereen die:
- Werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst of daarmee gelijkgestelde arbeidsverhouding.
- In Nederland woonachtig is.
 
Aanvullend loon zijn bijvoorbeeld de bonus, provisie, winstaandeel. Over dit aanvullend loon moeten belasting en premies worden ingehouden.
 
 
Gelijkwaardige beloning
 
Werknemers die gelijkwaardig werk doen, moeten voor dat werk gelijk worden beloond. Maar wat is gelijkwaardig werk? Werknemers die hetzelfde werk in dezelfde functie doen, doen gelijkwaardig werk. Maar ook verschillend werk in verschillende functies kan gelijkwaardig zijn.
 
Werknemers die gelijkwaardig werk doen, hoeven echter niet perse hetzelfde te verdienen. Als de één bijvoorbeeld meer ervaring heeft dan de ander, mag er verschil zijn in salaris. Wel betekent het dat een werkgever een heldere verklaring moet hebben voor beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen, autochtonen en allochtonen, voltijders en deeltijders en tussen werknemers met een vast of een tijdelijk contract.
Ook het aantal dienstjaren bij een werkgever of in een bepaalde functie (anciënniteit) kan van invloed zijn. Hierbij gaat het om dienstjaren en niet zozeer om leeftijd. Onderscheid op grond van leeftijd alleen is niet toegestaan tenzij er een goede reden (objectieve rechtvaardiging ) bestaat. Uitzondering hierop is het minimumjeugdloon, dat wettelijk is vastgesteld.
 
In de praktijk betekent dit dat de werkgever dezelfde maatstaven moet gebruiken om het salaris van de werknemers vast te stellen. De werkgever mag dus geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen, autochtonen en allochtonen, voltijders en deeltijders, mensen met en zonder handicap of chronische ziekte en tussen werknemers met een vast en een tijdelijk contract. Hij moet hun voor hetzelfde werk hetzelfde loon betalen.
 
Concreet gaat het hierom:
  • U moet het loon op een inzichtelijke manier berekenen.
  • De criteria voor de berekening van het loon moeten voor alle werknemers hetzelfde zijn. Dit kan met behulp van een zogenoemd functiewaarderingssysteem.
  • Gebruikt u criteria waardoor er wél een salarisverschil is tussen mannen en vrouwen, autochtonen en allochtonen, voltijders en deeltijders, mensen met en zonder handicap of chronische ziekte en werknemers met een vast en een tijdelijk contract? Dan moet u hier een goede reden voor hebben (objectieve rechtvaardiging).
  • Het gelijkheidsbeginsel geldt voor alle onderdelen van het loon. Dus voor het gewone salaris, maar ook voor de gratificaties en toeslagen en ook voor secundaire arbeidsvoorwaarden zoals kinderopvangvergoedingen of een auto van de zaak. Ook als een variabel beloningssysteem wordt gebruikt, mag geen ongerechtvaardigd onderscheid worden gemaakt tussen de genoemde groepen. 
 
Voor vragen over gelijke beloning kunt u terecht bij de Publieksinformatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, tel 0800-9051 (gratis).
Voor algemene vragen aan de rijksoverheid kunt u gratis bellen met de Postbus 51 infolijn, tel. 0800-8051, of raadpleeg www.postbus 51.nl
 
Commissie gelijke behandeling
Kleinesingel 1-3
Postbus 16001
3500 DA Utrecht
Telefoon: 030 888 38 88
Fax: 030 888 38 83
Internet: www.cgb.nl
E-mail: info@cgb.nl
 
Op de website www.gelijkloon.nl kunnen werkgevers en werknemers informatie en tips vinden over gelijke beloning.
 
 
Inkomensbeleid
 
Voor mensen die niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien bestaat een garantie op een minimuminkomen.
De garantie op een minimuminkomen heeft praktisch vorm gekregen in drie wetten:
  • de Wet werk en bijstand (WWB
  • de wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers (IOAW )
  • de wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)
Daarnaast is er de Toeslagenwet (TW). Mensen die recht hebben op een uitkering op grond van de Ziektewet, de WW, de WIA, de WAO, de WAZ of de WAJONG hebben onder bepaalde voorwaarden recht op een toeslag.
 
 
WAO is WIA
 
Per 29 december 2005 is de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) in werking getreden. Deze wet vervangt de WAO. Kern van de WIA is het bevorderen van arbeidsgeschiktheid, in plaats van het aantonen van arbeidsongeschiktheid. Werkgevers en werknemers worden meer dan ooit verantwoordelijk voor preventie, verzuimbegeleiding en werkhervatting. Alle inspanningen zijn erop gericht dat mensen die nog in staat zijn te werken zo snel mogelijk weer aan de slag gaan. Na twee jaar ziekte komt eventueel een arbeidsongeschiktheidsuitkering in zicht.
Lees meer over de WIA op de site www.werkennaarvermogen.nl
 
Voor algemene vragen aan de rijksoverheid kunt u gratis bellen met de Postbus 51-infolijn, telefoon 0800-8051, of raadpleeg www.postbus 51.nl
 
 
Vakantiegeld
 
Werknemers krijgen hun loon doorbetaald tijdens hun vakantie. Daarnaast hebben ze recht op vakantiegeld. Dat is 8% van hun jaarloon, tenzij daar andere afspraken over zijn gemaakt, bijvoorbeeld in de CAO.
Let op: werknemers van 65 jaar en ouder hebben geen recht op minimumloon, maar wel op het minimumvakantiegeld.
Is uw werknemer ziek, dan heeft hij nog steeds recht op het minimumvakantiegeld.
Ook als werknemers tijdelijk WW krijgen hebben ze recht op vakantiegeld, als het dienstverband tenminste niet is verbroken. Zo’n situatie kan zich voordoen als u een vergunning heeft om de werktijd tijdelijk te verkorten.
U moet het vakantiegeld ten minste eenmaal per jaar uitkeren. In principe is dat in juni. Als er andere afspraken zijn gemaakt in de CAO of arbeidsovereenkomst, of als het om uitzendwerk of vakantiewerk gaat, kunt u het vakantiegeld bijvoorbeeld ook per maand uitbetalen. U moet de hoogte van het vakantiegeld vermelden bij de uitbetaling
 
 
Deeltijd werkers
Mensen die in deeltijd werken hebben recht op een bruto minimumloon dat evenredig lager is. Als zij drie volle dagen per week werken, verdienen zij 3/5 van het wettelijk bruto minimumloon. Dit geldt ook voor gedeeltelijk leerplichtigen.
Let op: bij deeltijdwerkers is het belangrijk om te weten wat de normale arbeidsduur is in uw bedrijf. Met andere woorden: hoeveel uren werken mensen die een voltijd baan hebben? Is dat 38 uur per week of bijvoorbeeld 36 uur? Dat heet de normale arbeidsduur.
Het loon van deeltijdwerkers wordt berekend aan de hand van die normale arbeidsduur. Gebruikt u de verkeerde arbeidsduur, dan betaalt u misschien te weinig geld. 
 
 
Wat valt er onder loon?
 
Het wettelijk minimum(jeugd)loon gaat uit van het bruto loon bij een normale arbeidsduur, dus zonder overwerk. Dit loon wordt aan de werknemer uitbetaald over de afgesproken betalingstermijn: per week, maand, of om de vier weken.
 
Dat bruto loon kan uit verschillende elementen zijn opgebouwd:
  • toeslagen voor bijvoorbeeld prestatie, ploegendienst, onregelmatige werktijden, wachtdienst, werkomstandigheden
  • beloningen voor de omzet die de werknemer maakt (provisie) en die elke betalingstermijn worden uitgekeerd
  • beloningen van derden die uit het werk voortvloeien, bijvoorbeeld fooien, en waarover een regeling is getroffen tussen werkgever en werknemer
  • een aantal niet uit geld bestaande beloningen, zoals kost en inwoning, maaltijden, was- of douchegelegenheid, waarvoor u als werkgever een bepaald bedrag in rekening mag brengen.
 
Het totaal van deze bedragen mag dus niet minder zijn dan het minimumloon.
 
 
Wat valt niet onder loon?
 
Aan de andere kant tellen sommige inkomsten in geld niet mee bij de bepaling van het minimum(jeugd)loon:
  • geld verdiend met overwerk
  • vakantiebijslag
  • winstuitkeringen
  • speciale uitkeringen
  • uitkeringen op termijn die onder bepaalde voorwaarden worden toegekend (bijvoorbeeld pensioen en spaarregelingen waaraan de werkgever bijdraagt)
  • vergoedingen voor kosten die de werknemer voor zijn werk heeft moeten maken
  • eindejaarsuitkeringen
<< Solliciteren Stageperiodes >>
Tips en Adviezen - Naar boven

- Copyright Zoekbijbaan.nl 2019